Wat ik als webdesigner uit een spelletje Pictionary leerde over opbouwende kritiek

Geschreven door Bram op 13/06/2016

Ik trok eind mei naar User Experience Lisbon (UXLX) om mijn design-vaardigheden nog meer af te stemmen op gebruiksvriendelijkheid. Het werden 2 interessante dagen in de Portugese hoofdstad, met tal van inspirerende infosessies, maar vooral de workshop van Adam Connor is me bijgebleven.

Connor is, naast de bezitter van een ferme hipsterbaard, een wereldwijde autoriteit op het gebied van webdesign. Hij toonde ons tijdens een workshop aan hoe designers en teams beter kunnen omgaan met het geven en krijgen van kritiek, zowel intern als naar klanten toe.

Want hoe je het nu draait of keert: dat ligt gevoelig. Het woord ‘kritiek’ heeft hoe dan ook een negatieve lading. Toch ben ik ervan overtuigd dat kritiek en feedback essentieel zijn om mooie resultaten te verwezenlijken. Connor deelt die mening en toonde aan hoe je kritiek kanaliseert tot concrete verbeterpunten.

Tunnelvisie is een kapot kompas

De workshop begon met een spelletje dat iedereen kent: Pictionary. Een van mijn collega’s moest ons allemaal het woord ‘blacksmith’ (Engels voor smid) doen raden aan de hand van zijn tekeningen. Hij tekende eerst een aambeeld en daarna de ambachtsman. Wij reden ons vast op dat aambeeld en zochten vruchteloos naar de Engelse naam ervoor.

Wat ik daar – op een speelse manier – uit leerde? Dat focus op een concreet doel boven alles staat. “Door eerst een aambeeld te tekenen was iedereen gefocust op dat voorwerp, terwijl we eigenlijk de man zochten”, illustreerde Connor. Dat is het gevaar van tunnelvisie. Het is beter om op tijd opnieuw te beginnen en de focus bij te stellen, al vergt het moed om tabulasa rasa te maken.

Een designer die kritiek krijgt op zijn werk moet misschien eventjes op zijn tanden bijten maar daarna  de opmerkingen afwegen tegen de doelstellingen. Dat helpt om de nieuwe input te kaderen en frustratie om te zetten naar vooruitgang. Dat geldt trouwens niet alleen voor designers. ;)

Goede feedback geven is een kunst

Als designer krijg je wel eens feedback in de vorm van losse flodders, genre “het mist een soort wow-gevoel”. Dat kan je de opdrachtgever moeilijk kwalijk nemen – niet iedereen spreekt de taal van webdesign – maar als vormgever kan je er niet mee verder. 

Om te vermijden dat een project op die manier op drift raakt, is het een goed idee om jezelf 4 vragen te stellen vooraleer je feedback formuleert:

  • Wat was het doel van de designer?
  • Hoe probeerde hij dat doel te bereiken?
  • Hoe efficiënt waren zijn keuzes?
  • Waarom waren zijn keuzes wel of niet efficiënt?

De antwoorden op die vragen vormen het fundament van feedback. Je reikt er de basis voor oplossingen mee aan.

Een team bezit veel ooghoeken maar een gemeenschappelijk doel

Als ik een design gemaakt heb, leg ik het altijd voor aan mijn collega’s. Copywriters, programmeurs, de projectmanagers: iedereen denkt mee. Dat zijn veel ooghoeken, maar het doel is voor ons allemaal hetzelfde: een website opleveren die rendeert.

Want als je deel uitmaakt van een team, moet je ruimte laten voor kritiek én daar ook de vruchten van plukken. Connor verwoordde het krachtig tijdens de workshop: “kritiek vormt het hart van samenwerking.” Veel kansen blijven onbenut als elke medewerker zich koppig vastklampt aan zijn takenpakket en expertise. Een werkplek is net waardevol omdat verschillende vaardigheden en specialiteiten er samenkomen. Al die stemmen moeten gehoord worden, want de oplossing komt soms uit een onverwachte hoek.

Geschreven door
Bram Lodens

Webdesigner. Ontwerpt webpagina’s, maar spreekt ook een aardig mondje programmeertaal. Liep de Marathon van Amsterdam in 3:30:12.

Plaats een reactie

Reageer op dit artikel

Wordt niet weergegeven op de website.